De klassieke MVP-valkuil is snel bouwen voor een demonstratie en daarna alles herschrijven zodra echte gebruikers komen. Wij bepalen vooraf welke onderdelen tijdelijk zijn en welke de groei moeten dragen.
In week 1–2 werken we aan kritieke gebruikersroutes, niet aan losse schermen. Elke route is gekoppeld aan een commercieel of technisch risico. Alles wat geen kritieke route ondersteunt, wordt gedocumenteerd en uit de eerste release gehaald.
In week 3–6 bouwen we de duurzame basis: datamodel, API, authenticatie en deployment. Deze onderdelen kunnen over drie jaar nog actief zijn en krijgen daarom meteen tests en monitoring. De interface blijft bewust eenvoudig.
In week 7–10 leveren we elke week een bruikbare versie. Feedback komt binnen wanneer wijzigingen nog goedkoop zijn. Week 11–12 is bestemd voor belastingtests, beveiligingscontrole, logging en herstelplanning.
Het resultaat is geen wegwerpprototype, maar de eerste operationele versie van een product dat verder kan groeien.


